Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
STEVOZU B.V.,
[gedaagde],
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
1.788,00(2 punten × tarief € 894,00)
Rechtbank Gelderland
De curator van het faillissement van Stevozu B.V. vorderde onder meer op grond van faillissementspauliana en onbehoorlijk bestuur tegen Afbouwgroep Gelderland B.V. en een natuurlijke persoon. De curator baseerde zich primair op de managementovereenkomst waarvan de datum van totstandkoming centraal stond.
In een tussenvonnis werd vastgesteld dat de managementovereenkomst op 27 mei 2008 tot stand is gekomen, niet op of omstreeks 18 januari 2010 zoals de curator betoogde. De curator zag af van het leveren van tegenbewijs, waardoor het bewijsvermoeden van artikel 43 lid 1 sub Pro 5 Faillissementswet niet van toepassing was. Tevens beriep de curator zich niet op artikel 42 Faillissementswet Pro, waardoor de vorderingen op grond van faillissementspauliana werden afgewezen.
Daarnaast stelde de curator dat de gedaagden als middellijk bestuurders onbehoorlijk hadden gehandeld en onrechtmatig waren jegens de schuldeisers. De rechtbank stelde vast dat niet was komen vast te staan dat de gedaagden wisten of behoorden te weten dat zij de schuldeisers benadeelden. Er was geen ernstig persoonlijk verwijt en het handelen was niet onredelijk in de gegeven omstandigheden.
De rechtbank verwierp ook eerdere beroepen van de curator op artikel 47 Faillissementswet Pro en artikel 2:245 BW Pro. De vorderingen werden afgewezen en de curator werd veroordeeld in de proceskosten ten gunste van de gedaagden, begroot op €3.680. Het vonnis werd gewezen door mr. F.M.Th. Quaadvliet en op 18 maart 2015 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de curator af wegens het ontbreken van bewijs en onbehoorlijk bestuur.