ECLI:NL:RBGEL:2015:288

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 januari 2015
Publicatiedatum
22 januari 2015
Zaaknummer
AWB - 14 _ 6691
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 239 GemeentewetArt. 129 WaterschapswetArt. 286a Gemeentewet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelaatbaarheid van gecombineerde aanslagen gemeentelijke en waterschapsbelastingen over meerdere jaren op één aanslagbiljet

Verweerder legde aan eiser aanslagen op voor de jaren 2013 en 2014 betreffende watersysteemheffing, afvalstoffenheffing en zuiveringsheffing, gecombineerd op één aanslagbiljet. Eiser stelde dat dit niet was toegestaan, verwijzend naar een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden uit 1994 waarin het combineren van aanslagen over meerdere jaren werd afgewezen.

De rechtbank overwoog dat deze eerdere jurisprudentie zijn belang had verloren door wetswijzigingen per 1 januari 1995, waarbij het verbod om aanslagen over verschillende belastingtijdvakken te combineren werd opgeheven. De wetshistorie bevestigt dat aanslagen met een tijdstip- en tijdvakkarakter gecombineerd mogen worden.

De rechtbank concludeerde dat het combineren van aanslagen over twee opeenvolgende jaren op één aanslagbiljet is toegestaan, mits duidelijk wordt aangegeven welke belastingjaren en bedragen het betreft. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep tegen de gecombineerde aanslagen over twee belastingjaren op één aanslagbiljet wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Belastingrecht
zaaknummer: AWB 14/6691

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 27 januari 2015

in de zaak tussen

drs. [X], te [Z], eiser,

en

de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking Rivierenland, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiser voor de jaren 2013 en 2014 op 30 juni 2014 aanslagen (aanslagnummer [000]) watersysteemheffing, afvalstoffenheffing en zuiveringsheffing opgelegd.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 4 september 2014 de aanslagen gehandhaafd.
Eiser heeft daartegen bij brief van 11 september 2014, ontvangen door de rechtbank op 12 september 2014, beroep ingesteld.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2015. Eiser is daar verschenen. Namens verweerder is verschenen mr. [gemachtigde].

Overwegingen

Feiten
1. Door verweerder zijn aan eiser over twee belastingjaren, te weten 2013 en 2014, aanslagen watersysteemheffing, afvalstoffenheffing en zuiveringsheffing opgelegd, welke aanslagen van beide jaren zijn gecombineerd op één aanslagbiljet.
Geschil
2. In geschil is het antwoord op de vraag of verweerder aanslagen watersysteemheffing, afvalstoffenheffing en zuiveringsheffing, die betrekking hebben op twee belastingjaren op één aanslagbiljet mag combineren.
Beoordeling van het geschil
3. Artikel 239 van Pro de Gemeentewet en artikel 129 van Pro de Waterschapswet maken het onder voorwaarden mogelijk om aanslagen van verschillende heffingen op één aanslagbiljet te combineren.
4. In artikel 239 van Pro de Gemeentewet is het volgende bepaald:
“1. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd voor eenzelfde belastingplichtige bestemde belastingaanslagen van dezelfde soort die betrekking kunnen hebben op verschillende belastingen, op één aanslagbiljet te verenigen.
2. Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ingeval de belasting op andere wijze wordt geheven.”
5. Artikel 129 van Pro de Waterschapswet luidt als volgt:
“1. Het dagelijks bestuur is bevoegd voor eenzelfde belastingplichtige bestemde belastingaanslagen van dezelfde soort die betrekking kunnen hebben op verschillende belastingen, op één aanslagbiljet te verenigen.
2. Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ingeval de belasting op andere wijze wordt geheven.”
6. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat het vermelden van belastingaanslagen over meerdere belastingjaren op één aanslagbiljet niet is toegestaan onder verwijzing naar een uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 26 januari 1994, ECLI:NL:GHLEE:1994:AS3287. Het gerechtshof overweegt in die uitspraak over de woonforensenbelasting onder meer het volgende:
“Geen wettelijke bepaling laat (…) toe de op meer dan één belastingjaar betrekking hebbende woonforensenbelasting bij wege van één aanslag op te leggen. Nu beide belastingjaren ten onrechte zijn begrepen in één aanslag, is de bestreden aanslag wegens zijn formele onjuistheid ongeldig.”
7. In het tijdvak van de in punt 4. hiervóór vermelde uitspraak van het gerechtshof Leeuwarden en tot 1 januari 1995 luidde artikel 286a van de Gemeentewet als volgt:
“Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om aan eenzelfde belastingplichtige opgelegde belastingaanslagen van dezelfde soort die betrekking hebben op verschillende belastingen, op één aanslagbiljet te verenigen. De in de vorige zin bedoelde belastingaanslagen betreffen eenzelfde belastingtijdvak.”
8. De rechtbank is van oordeel dat voornoemde uitspraak zijn belang heeft verloren met de wijziging van de Gemeentewet en Waterschapswet per 1 januari 1995. Met ingang van die datum is het verbod aanslagen over verschillende belastingtijdvakken op één biljet te combineren, komen te vervallen. In de wetshistorie wordt hierover opgemerkt:
“Om de mogelijkheid te scheppen dat aanslagen van gemeentelijke belastingen met een tijdstipkarakter (zoals de onroerende-zaakbelastingen) kunnen worden gecombineerd met aanslagen van gemeentelijke belastingen met een tijdvakkarakter, hebben wij artikel 238 aangepast Pro. In dit artikel hebben wij de eis, dat het combineren van aanslagen uitsluitend kan geschieden voor belastingaanslagen die worden opgelegd voor het zelfde tijdvak, laten vervallen. Het tweede lid van artikel 238 hebben Pro wij opgenomen om buiten twijfel te stellen dat het mogelijk is meerdere gevorderde bedragen op één kennisgeving van het gevorderde bedrag te verenigen.” (Kamerstukken II 1993/1994, 23217, nr. 5, pag 5).
9. Alhoewel door de wetgever blijkens de wetshistorie primair werd beoogd het mogelijk te maken om aanslagen van gemeentelijke belastingen en waterschapsbelasting met een tijdstipkarakter te combineren met aanslagen van gemeentelijke belastingen en waterschapsbelasting met een tijdvakkarakter, ziet de rechtbank in deze wetshistorie en de wettelijke bepalingen zoals deze sinds 1 januari 1995 luiden geen belemmering om twee aanslagen voor dezelfde belasting over verschillende jaren op één aanslagbiljet te combineren.
10. De rechtbank is van oordeel dat het combineren van aanslagen van onderhavige belastingen en heffingen van twee opeenvolgende jaren dan wel tijdvakken is toegestaan, nu op het aanslagbiljet per belasting dan wel heffing duidelijk is aangegeven welke tijdvakken en bedragen het betreft.
11. Gelet op het voorgaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
12. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.I. van Amsterdam, rechter, in tegenwoordigheid van mr. T.J.P. Wientjens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 27 januari 2015
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: 27 januari 2015
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.