Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] , te [plaats], eiser
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: De Koetserij, te Kerkdriel
Procesverloop
Overwegingen
7. De nu voorliggende vraag is dus of het thans bestreden besluit inmiddels wel berust – hetgeen door eiser wordt betwist – op voldoende feitenonderzoek en op een rechtens aanvaardbare, begrijpelijke waardering daarvan en daarmee op een draagkrachtige motivering van het standpunt van verweerder dat sprake is van op grond van het gebruiksovergangsrecht toegelaten gebruik, waartegen dus niet mag worden opgetreden.
8. Uit het aan het bestreden besluit ten grondslag liggende advies komt naar voren dat het voor een juiste beoordeling te verrichten feitenonderzoek te beperkt is opgevat.
Ook in zoverre geldt dat enkel uit de – hiervoor vermelde – door verweerder gereleveerde feitelijkheden niet kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van intensivering van het gebruik en dus van op grond van het gebruiksovergangsrecht toegestaan voortgezet gebruik. Ook in zoverre strookt het onderzoek dus niet met hetgeen daarover hiervoor is overwogen, nog daargelaten dat uit het advies in dit verband naar voren komt dat verweerder er kennelijk onvoldoende van is doordrongen dat – zoals hiervoor is overwogen – de bewijslast op hem rust. En ook in zoverre is het betoog van eiser dus juist.
9. Uit het vorenstaande volgt dat het bestreden besluit niet is genomen met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank van de 14 september 2010, gelezen in samenhang met de uitspraak van 24 november 2009. Hetgeen eiser heeft aangevoerd, treft doel. Het beroep is dus gegrond. Het besluit is genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. (Awb).”
Beslissing
- vernietigt het bestreden besluit;