Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De verdere beoordeling in conventie
€ 261.600-/-
€ 269.750+
4.Beantwoording van de vragen
5.Reacties van partijen
niettot aanpassing van het conceptadvies d.d. 13 oktober 2014.
€ 20.000,-+
€ 1.015.000,--/-
€ 3.230,70+
Taxatie “Het Witte Huis”en een van 30 augustus 2013 voor € 1.040,60 met de omschrijving
Schrijven verweer voor de rechtbank. Volgens [gedaagde] vallen deze kosten niet onder artikel 6:96 lid 2 aanhef Pro en sub b BW omdat [gedaagde] ook op eigen kosten een taxatie heeft laten verrichten waardoor de taxatie van Fakton ‘op losse schroeven’ kwam te staan, wat voor de rechtbank aanleiding is geweest de drie deskundigen te benoemen. Daarover wordt als volgt overwogen. De kosten van Fakton komen op grond van de genoemde wetsbepaling voor vergoeding in aanmerking als dit redelijke kosten zijn ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en het redelijkerwijs noodzakelijk was deze te maken. Naar het oordeel van de rechtbank was het redelijk dat Rehoboth in het kader van de vaststelling van haar schade een bedrijfsmakelaar inschakelde om de waarde van het verkochte te laten vaststellen. Dat wordt niet anders doordat [gedaagde] zelf een taxateur heeft ingeschakeld die het verkochte veel hoger heeft getaxeerd dan Taxon, en ook niet doordat de rechtbank naar aanleiding daarvan een deskundigenonderzoek heeft gelast dat vervolgens heeft geleid tot een waardering tussen de beide partijtaxaties in. Het voor de taxatie in rekening gebrachte bedrag van € 2.190,10 is redelijk. De factuur die ziet op de taxatie komt daarom voor vergoeding in aanmerking. Dat geldt niet voor de andere factuur die ziet op het schrijven van een verweer voor de rechtbank, omdat de daarmee gemoeide kosten moeten worden beschouwd als proceskosten, waarvoor een forfaitaire proceskostenvergoeding op de voet van de artikelen 237 evv. Rv wordt toegekend.
€ 20.000,-+
€ 1.015.000,--/-
€ 2.190,10+