Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
€ 9.163
€ 8.500
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
‘Namens mijn cliënte, Solfic B.V. benader ik u (…)’en vervolgens wordt telkens Solfic als beoogde contractspartij genoemd. In de door [naam] opgestelde conceptovereenkomsten stond ook Solfic B.V. als contractspartij genoemd en de factuur van [eiser] van eind maart 2013 is eveneens op naam van Solfic B.V. gesteld.
het betreft hier afspraken over ‘de door [eiser] verkochte emissiereductiesystemen van Solfic in het kader van de NOx subsidieregeling’). Bovendien wordt [eiser] in die brief gesommeerd gegevens van de schippers prijs te geven aangezien dit
‘klanten van cliënte’waren en [eiser] enkel als bemiddelaar optrad. Aangezien met ‘cliënte’ hier niet kan zijn gedoeld op Solfic B.V. en de brief gaat over afspraken met betrekking tot de verkoop van systemen van Solfic E&E, heeft [eiser] hieruit mogen afleiden dat mr. Mulder voor beide vennootschappen optrad.
(‘De indiening wil ik dichttimmeren voor Solficsystemen’). Als [eiser] direct openheid van zaken had gegeven en Solfic E&E had geweten dat slechts 8 van de 46 subsidieaanvragen daadwerkelijk tot een order zouden leiden, zou Solfic E&E een veel lagere commissie voor [eiser] hebben voorgesteld. Ook zou Solfic E&E een veel lagere commissie hebben voorgesteld indien zij had geweten dat [eiser] tevens een vergoeding van de schippers zou ontvangen, aldus Solfic E&E.
5.De beslissing
24 juni 2015voor het nemen van een akte door Solfic E&E over hetgeen is vermeld onder rechtsoverweging 4.33, waarna [eiser] op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,