Uitspraak
Dident B.V.
Rechtbank Gelderland
Dident B.V. vorderde van [gedaagde partij], eigenaresse van een ijssalon waar [persoon A] werkzaam is, betaling van ingehouden salarissen op grond van executoriaal derdenbeslag. De beslagvrije voet was door de deurwaarder vastgesteld op €609,54, terwijl [gedaagde partij] stelde dat deze onjuist was berekend, mede omdat [persoon A] alleenstaande moeder is met een minderjarig kind en psychische problemen heeft.
De rechtbank oordeelde dat de deurwaarder onvoldoende gebruik heeft gemaakt van zijn wettelijke bevoegdheden om de juiste beslagvrije voet vast te stellen, zoals het inwinnen van informatie bij [persoon A] of de gemeentelijke basisadministratie. Bovendien was het inkomen van [persoon A] lager dan de bijstandsnorm, waardoor de beslagvrije voet ten minste €853,36 had moeten bedragen.
Omdat Dident niet aannemelijk heeft gemaakt dat de lagere beslagvrije voet correct was berekend, kon zij geen aanspraak maken op afdracht van het gevorderde bedrag. De rechtbank stelde vast dat door de weigering van [gedaagde partij] geen schade is geleden en wees de vordering af. Dident werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot omdat [gedaagde partij] in persoon procedeerde.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Dident af wegens onjuiste vaststelling van de beslagvrije voet en gebrek aan schade.