ECLI:NL:RBGEL:2015:4079
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs zware mishandeling binnen familie
In de nacht van 10 op 11 augustus 2012 ontstond een handgemeen tussen drie broers binnen de familie. Twee van hen werden vervolgd voor zware mishandeling van de derde broer. De politierechter oordeelde dat de precieze toedracht van het incident onvoldoende duidelijk was geworden, ondanks verhoren bij de rechter-commissaris.
De aangifte vermeldde dat de benadeelde broer twee loszittende tanden had opgelopen door slagen in het gezicht, maar het dossier bevatte onvoldoende informatie om te bepalen of dit letsel als zwaar in de zin van de wet kon worden aangemerkt. Daarnaast ontkende een van de verdachten dat hij het slachtoffer in het gezicht had geslagen.
Gezien de onduidelijkheid over het letsel en de betrokkenheid van de verdachten, sprak de politierechter hen vrij en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering. De zaak illustreert de noodzaak van voldoende bewijs voor een veroordeling bij zware mishandeling.
Uitkomst: Verdachten vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van zware mishandeling en onduidelijkheid over letsel.