Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
(…)
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland oordeelde dat een advocaat onrechtmatig heeft gehandeld door namens zijn cliënt een kort geding te starten waarvan vooraf duidelijk was dat het kansloos was vanwege het verstrijken van de appeltermijn. De procedure betrof de opschorting van de executie van een echtscheidingsbeschikking over kinderalimentatie.
Hoewel partijen het recht hebben hun belangen aan de rechter voor te leggen, kan dit recht worden misbruikt als het belang bij de procedure niet in redelijke verhouding staat tot het geschaadde belang. Dit geldt ook voor advocaten, die een eigen verantwoordelijkheid dragen om de kansrijkheid van een procedure te toetsen.
De rechtbank stelde vast dat de advocaat bekend was met de termijnoverschrijding en dat het kort geding primair bedoeld was om druk uit te oefenen op de wederpartij, wat niet gerechtvaardigd was. De advocaat kon zich niet verschuilen achter de opdracht van zijn cliënt.
De gevorderde schadevergoeding betrof de declaratie van de wederpartij voor juridische bijstand in het kort geding, welke door de rechtbank werd toegewezen. Ook werden de proceskosten en wettelijke rente aan de zijde van de wederpartij aanvaard en opgelegd aan de advocaat.
Uitkomst: Advocaat wordt veroordeeld tot betaling van €4.039,65 schadevergoeding en proceskosten wegens onrechtmatig starten van kansloze procedure.