Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek, ingekomen op 16 februari 2015,
- het schriftelijke verweer van mr. P.A. Huidekoper, ingekomen op 12 maart 2015,
- het e-mailbericht van [naam A] d.d. 2 april 2015.
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
ambtshalvekende als zijnde professioneel bewindvoerder, zodat van een ‘goede bekende’ als door verzoeker is gesteld, geen sprake is. Bovendien volgt uit eerdergenoemd e-mailbericht van [naam A], dat verzoeker reeds de avond voor de zitting ervan op de hoogte was dat een externe professionele bewindvoerder ter zitting aanwezig zou zijn. Dat verzoeker hiervan op de hoogte was voor aanvang van de zitting, is niet door verzoeker betwist.