Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 10 maart 2015;
- het schriftelijke verweer van de rechter d.d. 25 maart 2015.
Rechtbank Gelderland
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen rechter mr. M.C.J. Heessels in een civiele zaak, stellende dat de rechtbank niet op een zuiver en juist fundament is gebouwd en daarom niet rechtsgeldig is. De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op basis van het schriftelijke verzoek en het verweer van de rechter, waarbij beide partijen niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
De rechtbank overwoog dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten of omstandigheden die wijzen op vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Het enkele feit dat de rechter niet oordeelt vanuit het door verzoekster gestelde fundament, vormt geen concrete grond voor wraking. Bovendien ontbraken specifieke, op de rechter toegespitste argumenten in het verzoek, waardoor het onvoldoende gemotiveerd was.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beschikking is gegeven door drie rechters en is onherroepelijk, aangezien tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter Heessels wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete gronden voor vooringenomenheid.