ECLI:NL:RBGEL:2015:4562

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 juli 2015
Publicatiedatum
14 juli 2015
Zaaknummer
ARN15_3393
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 4:8 AwbArt. 33 lid 2 Wet bibob
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering exploitatievergunning parenclub in Wilp

Verzoekster, eigenaar en verhuurder van het pand waarvoor een exploitatievergunning is aangevraagd door een derde, heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van deze vergunning door de burgemeester van de gemeente Voorst. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen dit besluit.

De voorzieningenrechter overweegt dat alleen de aanvrager van de vergunning als belanghebbende wordt aangemerkt in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verzoekster heeft slechts een afgeleid belang als verhuurder en kwalificeert zich daarom niet als belanghebbende. Ook het feit dat zij is verzocht een zienswijze in te dienen op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet bibob) verandert hier niets aan.

Daarom zal het bezwaar van verzoekster naar verwachting niet-ontvankelijk worden verklaard en wordt het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster geen belanghebbende is bij de weigering van de exploitatievergunning.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 15/3393

Proces-verbaal van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 juli 2015

in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

(gemachtigde: mr. C.W. Langereis),
en

de burgemeester van de gemeente Voorst, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 mei 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder de door [aanvrager] aangevraagde exploitatievergunning geweigerd.
Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juli 2015. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door J.H. Koopman.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
In beginsel is bij de weigering van een vergunning slechts de aanvrager belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verzoekster is in het onderhavige geval niet de aanvraagster van de exploitatievergunning.
Verzoekster is eigenaar/verhuurder van het pand, waarvoor [aanvrager] een exploitatievergunning heeft aangevraagd. Verzoekster heeft als verhuurder slechts een afgeleid belang. Zij kan om die reden niet als belanghebbende worden aangemerkt als bedoeld in artikel 1:2 van Pro de Awb.
De omstandigheid dat executiemaatregelen dreigen maakt wellicht een spoedeisend belang maar betekent evenmin dat verzoekster zich kwalificeert als een belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Awb Pro.
De omstandigheid dat verzoekster hangende de aanvraag is verzocht om haar zienswijze in te dienen op de voorgenomen weigering een vergunning te verlenen, is een gevolg van het bepaalde in artikel 33, tweede lid, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet bibob). In artikel 33, tweede lid, van de Wet bibob wordt gesteld dat in een op grond van een advies van het Bureau genomen beschikking genoemde personen belanghebbende zijn als bedoeld in artikel 4:8 Awb Pro zodat zij voorafgaand aan het nemen van het besluit in de gelegenheid moeten worden gesteld hun zienswijze in te dienen. Hiermee is beoogd mogelijk te maken dat in het besluit genoemde personen, ook indien zij bij dat besluit geen belanghebbende zijn als bedoel in artikel 1:2 van Pro de Awb, hun standpunt kenbaar kunnen maken over op hen betrekking hebbende persoonsgegevens die in het besluit zijn opgenomen.
2. Nu verzoekster zich bij het bestreden besluit niet als belanghebbende kwalificeert in de zin van artikel 1:2 van Pro de Awb, zal haar bezwaar tegen de geweigerde exploitatievergunning naar verwachting niet-ontvankelijk worden verklaard. Het verzoek zal om die reden dan ook worden afgewezen. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van A. Kiewiet, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 10 juli 2015.
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.