Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Artikel 4:209 BW Pro
[verzoeker]
De procedure
De feiten
Het verzoek
De beoordeling
De beslissing
;
Rechtbank Gelderland
Op 7 oktober 2013 is de erflater overleden, laatstelijk woonachtig te een woonplaats. Eén of meer erfgenamen hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard. Uit de voorlopige boedelbeschrijving blijkt dat de baten van de nalatenschap gering zijn en er is melding gedaan van een negatieve nalatenschap.
De verzoeker heeft bij verzoekschrift van 19 november 2014, aangevuld op 6 maart 2015, verzocht om opheffing van de vereffening van de nalatenschap op grond van artikel 4:209 BW Pro. Tevens verzocht hij om vaststelling van de vereffeningkosten en om volstaan te worden met publicatie van de beschikking op het internet.
De kantonrechter heeft het verzoek toegewezen vanwege de geringe waarde van de baten, wat opheffing van de vereffening rechtvaardigt. De vereffeningkosten zijn vastgesteld op €5802,85 en worden ten laste van de boedel gebracht. Daarnaast is het verzoek tot ontheffing van de publicatieplicht toegewezen, aangezien bij vereffening door beneficiaire erfgenamen inschrijving in het boedelregister volstaat.
De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2015 door kantonrechter W.C. Haasnoot. De griffier is opgedragen de beschikking te publiceren op www.rechtspraak.nl en onverwijld in het boedelregister in te schrijven.
Uitkomst: De vereffening van de nalatenschap wordt opgeheven en de vereffeningkosten vastgesteld op €5802,85.