Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
contractueel en wettelijke kader
de zorgkosten van [eiseres]
behandelingen die Prof. [arts] heeft verricht worden niet vergoed omdat deze behandeling niet volgens de in Nederland gehanteerde CBO richtlijn voor de behandeling van Lyme zijn. De behandelingen zijn niet naar de stand van de wetenschap en praktijk. Medisch-specialistische zorg komt alleen voor vergoeding in aanmerking als de zorg bewezen effectief is. Helaas is dat niet bij de behandelingen van Prof. [arts]. Omdat de behandeling van Prof [arts] niet wordt vergoed komen ook de vervolgbehandelingen (MSVT Zorg) op voorschrift van Prof. [arts] niet voor vergoeding in aanmerking. Hierover hebben wij de thuiszorg al geïnformeerd. De middelen die u heeft gekocht (4me, Omega 3 en lactoferrin) komen niet voor vergoeding in aanmerking conform de regeling farmaceutische zorg. In Nederland hebben wij een landelijk registratiesysteem waar alle geneesmiddelen in staan en waarin is aangegeven of ze conform de regeling farmaceutische zorg vergoed mogen worden. 4me is afgewezen omdat deze niet voorkomt in het landelijk registratie systeem voor geneesmiddelen. Omega 3 is geregistreerd als zijnde een niet geneesmiddel en daarom geen verstrekking. Lactoferrin is geregistreerd als orthomoleculaire voedingssupplementen en deze zijn ook geen verstrekking,
“Hogergenoemde lijdt aan een Late Stage Lyme Disease.
Richtlijnen: CBO 2013, ILADS 2004, Deutsche Borrelia Gesellschaft en het Virginia rapport
3.De vordering en het verweer
4.De beoordeling
Zoals hiervoor is aangegeven, zijn alleen nog de aard, inhoud en omvang van de zorg bij wettelijk voorschrift geregeld. De aard is geregeld in de Zvw zelf (artikel 10). De inhoud en omvang zijn geregeld bij en krachtens dit hoofdstuk. De zorgverzekeraar en de verzekerden hebben geen bevoegdheid om andere of uitgebreidere zorgvormen in de zorgverzekering op te nemen (artikel 1, onderdeel d, van de Zvw).”
“dat de behandeling als „in de kring der beroepsgenoten gebruikelijk" kan worden aangemerkt, (…), en in de tweede plaats dat de behandeling voor de geneeskundige verzorging van de verzekerde noodzakelijk is, mits evenwel – het vereiste van de „gebruikelijkheid" van de behandeling aldus wordt uitgelegd, dat de toestemming niet uit dien hoofde kan worden geweigerd wanneer blijkt dat de betrokken behandeling door de internationale medische wetenschap voldoende is beproefd en deugdelijk is bevonden, (…)”
“Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft zich in het arrest van 12 juli 2011 in de zaak C-157/99 ([zaak]) uitgesproken over het Nederlandse gebruikelijkheidscriterium. Het Hof stelde dat de voorwaarde van gebruikelijkheid alleen aanvaardbaar is indien deze verwijst naar hetgeen door de internationale medische wetenschap voldoende beproefd en deugdelijk is bevonden. Met het hanteren van het begrip «stand der wetenschap» wordt voldaan aan deze voorwaarde van het Hof. Het begrip «stand der wetenschap» kan immers slechts internationaal worden uitgelegd. Het criterium is verder ruimer dan het door het Hof gehanteerde criterium. In de eerste plaats is er aan toegevoegd « en praktijk». Deze toevoeging is noodzakelijk omdat het pakket anders versmald zou zijn tot enkel evidence based medicine. Slechts een klein deel van het medisch arsenaal voldoet daaraan.”
“In deze betekenis is het gebruikelijkheidscriterium voor het onderhavige besluit relevant. Bij deze betekenis slaat het woord gebruikelijk niet zozeer op de frequentie waarin een verrichting of behandelingswijze toepassing vindt. Het verklaart díe zorg tot dat deel van het pakket, welke de betrokken beroepsgroep tot het aanvaarde arsenaal van medische onderzoeks- en behandelingsmogelijkheden rekent. Daarbij zijn
In deze betekenis is het gebruikelijkheidscriterium voor het onderhavige besluit relevant. Bij deze betekenis slaat het woord gebruikelijk niet zozeer op de frequentie waarin een verrichting of behandelingswijze toepassing vindt. Het verklaart díe zorg tot dat deel van het pakket, welke de betrokken beroepsgroep tot het aanvaarde arsenaal van medische onderzoeks- en behandelingsmogelijkheden rekent. Daarbij zijn zowel de stand van de medische wetenschap als de mate van acceptatie in de medische praktijk belangrijke graadmeters. In dit opzicht heeft het criterium veel gemeen met de rechtspraak welke het gebruikelijk zijn afmeet aan de houding in de kringen van de medische wetenschap en praktijkuitoefening. Het woord houding maakt duidelijk dat niet bepalend is hoe vaak bepaalde zorg toepassing vindt, doch in welke mate beroepsbeoefenaren dergelijke hulp als een professioneel juiste handelwijze beschouwen.”In voornoemde zin zal de term praktijk daarom worden toegepast. Het gaat anders gezegd om de vraag of de door [arts] verleende zorg door de betrokken beroepsgroep als een professioneel juiste handelwijze wordt beschouwd.