ECLI:NL:RBGEL:2015:4919
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.P.M. Kester
- F.M.T. Quaadvliet
- G.H.W. Bodt
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid en afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter wegens niet-tijdige indiening en gebrek aan vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kinderrechter mr. L.A. van Son, waarbij hij verschillende gronden aanvoerde, waaronder onjuiste proces-verbalen, vermeende vooringenomenheid en weigering tot inzage van het dossier.
De rechtbank beoordeelde eerst de tijdigheid van het verzoek. Een deel van de gronden betrof het proces-verbaal van 12 november 2014, dat op 12 mei 2015 aan verzoeker werd toegezonden en op 13 mei 2015 ontvangen. Verzoeker diende zijn wrakingsverzoek echter pas op 23 mei 2015 in, ruim een week later, en daarmee niet tijdig conform artikel 37 lid 1 Rv Pro. Dit leidde tot niet-ontvankelijkheid voor deze gronden.
De overige gronden, waaronder vermeende vooringenomenheid van de kinderrechter, werden inhoudelijk beoordeeld. De rechtbank vond geen aanwijzingen voor persoonlijke vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Ook andere klachten over de procedure en omgang met het dossier konden dit niet onderbouwen.
De rechtbank verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk voor de niet-tijdige gronden en wees het wrakingsverzoek voor het overige af. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard voor een deel van het wrakingsverzoek en het overige verzoek is afgewezen wegens gebrek aan vooringenomenheid.