Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van de provincie
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Gelderland
De provincie Gelderland, eigenaar van een voormalige steenfabriek, had de locatie verhuurd aan een handelaar in historische bouwmaterialen voor een beperkte periode met verlengingen van telkens zes maanden. Na overeenstemming over de verplaatsing van een ander bedrijf naar het terrein, heeft de provincie de huurovereenkomst opgezegd en ontruiming geëist.
De huurder voerde aan dat de provincie haar inspanningsverplichting om een alternatieve locatie te vinden niet was nagekomen en beriep zich op opschorting en schuldeisersverzuim. De rechtbank oordeelde dat de huurder op de hoogte was van de beperkte huurperiode en de voorwaarden voor beëindiging. De inspanningsverplichting van de provincie was beperkt tot het aanbieden van een tijdelijke locatie, waarvoor de huurder zelf ontheffing van het bestemmingsplan had moeten aanvragen.
De rechtbank stelde vast dat het spoedeisend belang van de provincie bij ontruiming aanwezig was vanwege geplande sloop- en herinrichtingswerkzaamheden. De huurder werd veroordeeld om binnen één maand een deel van het gehuurde te ontruimen en binnen twee maanden het resterende deel, onder dreiging van een dwangsom. Tevens werd de huurder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurder is veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen twee maanden met een dwangsom bij niet-naleving.