Verzoekster had een aanvraag tot verlenging van haar indicatie voor hulp bij het huishouden op grond van de Wmo 2015 ingediend, welke door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem op 6 juli 2015 werd afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 28 juli 2015 werd vastgesteld dat verzoekster een spoedeisend belang had, omdat haar woning sinds 1 juli 2015 niet meer werd schoongemaakt en zij dit zelf niet kon doen. Er was geen mogelijkheid voor haar om op korte termijn zelf een oplossing te vinden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat principiële vragen omtrent de aard van de huishoudelijke hulp en de toepasselijkheid van bijzondere bijstand in de bodemprocedure moeten worden behandeld. Gezien het spoedeisend belang werd het primaire besluit geschorst tot zes weken na verzending van het besluit op bezwaar.
Daarnaast werd bepaald dat verweerder verzoekster vanaf 14 juli 2015 een vergoeding van €75,80 per week moet betalen, gebaseerd op 5 uur huishoudelijke hulp per week tegen €15,16 per uur. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van verzoekster en moest het griffierecht vergoeden.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bindt de rechtbank in een eventuele bodemprocedure niet.