ECLI:NL:RBGEL:2015:5190
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. W.L.F. Prisse, rechter van de wrakingskamer, omdat hij meent dat de rechter niet onbevangen zou oordelen in een aanhangige zaak. Dit verzoek is behandeld op 1 juni 2015, waarbij zowel verzoeker als de rechter afwezig waren.
Verzoeker baseert zijn wrakingsverzoek op een eerdere uitspraak van de rechter in een kantonzaak, waarin volgens hem sprake was van tegenstrijdigheden tussen de uitspraak en het proces-verbaal, onvoldoende motivering en onvoldoende behandeling van verweren. Verzoeker vermoedt daardoor een gebrek aan onpartijdigheid in de daaropvolgende zaak.
De rechter heeft verweer gevoerd dat hij op de wrakingszitting niets heeft gezegd en dat er geen aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De wrakingskamer overweegt dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten of omstandigheden die objectief de vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen.
De wrakingskamer concludeert dat de eerdere onwelgevallige uitspraak niet leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid en dat op de wrakingszitting geen vooringenomenheid is gebleken. Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen.
De beschikking is gegeven op 12 juni 2015 door drie rechters en in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Prisse wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.