Uitspraak
RECHTBANK ARNHEM
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 9 juli 2015;
- het schriftelijke verweer van de rechter van 21 juli 2015.
Rechtbank Gelderland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die betrokken was bij meerdere bestuursrechtelijke belastingzaken. Hij stelde dat de rechter partijdig was door sturend gedrag, onzorgvuldige voorbereiding en onvoldoende deskundigheid. Tevens klaagde hij over de omgang van de rechter met ambtenaren van de Belastingdienst.
De wrakingskamer oordeelde dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten die wijzen op rechterlijke vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De klachten over de wijze van regie en bejegening zijn niet geschikt voor wrakingsprocedure en kunnen via een klacht worden ingediend.
Ook het voorlopige oordeel van de rechter over het ondernemerschap van verzoeker kan niet via wraking worden aangevochten, maar alleen via rechtsmiddelen tegen de definitieve uitspraak. De stellingen over onvoldoende voorbereiding en deskundigheid leiden niet tot een vermoeden van partijdigheid.
De behandeling van ambtenaren van de Belastingdienst door de rechter gaf eveneens geen aanleiding tot wraking. De overige klachten bevatten geen concrete feiten die vooringenomenheid aantonen.
Daarom wees de rechtbank het wrakingsverzoek af en verklaarde de beschikking onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten die vooringenomenheid aantonen.