Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[gedaagden] ,
[gedaagden],
[gedaagden],
Rechtbank Gelderland
Eisers, twee besloten vennootschappen actief in aanneming en interieurbouw, verrichtten in 2007-2008 werkzaamheden aan een winkelpand waarvan gedaagden 1 en 3 eigenaar waren. Eisers stuurden in 2009 facturen aan gedaagde 1, die de verschuldigdheid betwistte en verwees naar gedaagde 2. Eisers vorderden betaling van de facturen en incassokosten, terwijl gedaagden zich op verjaring beriepen.
De rechtbank oordeelt dat de nakomingsvorderingen verjaard zijn omdat de verjaringstermijn van vijf jaar is gaan lopen vanaf het moment dat nakoming opeisbaar was, namelijk uiterlijk 12 juli 2008. Eisers hebben onvoldoende onderbouwd dat de verjaring is gestuit door een ondubbelzinnige schriftelijke aanmaning binnen de termijn. De facturen en correspondentie waren onvoldoende om de verjaring te stuiten.
Ook de subsidiaire vorderingen op grond van ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad worden afgewezen omdat geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld die een uitzondering rechtvaardigen. De reconventionele vorderingen van gedaagden worden eveneens afgewezen wegens gebrek aan belang. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eisers af wegens verjaring en veroordeelt hen in de proceskosten.