Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen met betrekking tot het bewijs
4.De beslissing
benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijkin haar vordering.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde de zaak van een 45-jarige man uit Dinxperlo die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een meisje jonger dan 16 jaar dat regelmatig bij hem logeerde.
De tenlastelegging betrof meerdere handelingen, waaronder seksueel binnendringen en het betasten van het meisje, alsmede het met ontuchtig oogmerk laten getuigen van seksuele handelingen. De officier van justitie stelde dat de verklaringen van het slachtoffer en haar familie voldoende bewijs vormden voor een veroordeling.
De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de verklaringen en stelde dat niet kon worden vastgesteld dat de feiten plaatsvonden in de tenlastegelegde periode. De rechtbank oordeelde dat op basis van de dossierstukken niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat de feiten in de genoemde periode hadden plaatsgevonden.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de strafrechtelijke veroordeling uitbleef en zij haar vordering bij de burgerlijke rechter moet aanbrengen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de ontuchtige handelingen plaatsvonden in de tenlastegelegde periode.