Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
4.De beslissing
benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijkin de vordering.
Rechtbank Gelderland
Op 27 januari 2013 werd verdachte ten laste gelegd dat hij het slachtoffer mishandeld zou hebben door hem met een glas in het gezicht te slaan, waardoor het slachtoffer letsel en pijn zou hebben ondervonden. De officier van justitie eiste een werkstraf van 35 uur, te vervangen door 17 dagen hechtenis, en achtte bewezen dat het slachtoffer in het gezicht was geslagen, maar niet dat dit met een glas was gebeurd.
De militaire kamer heeft het bewijs onderzocht en geoordeeld dat niet vaststaat dat verdachte het slachtoffer met een glas in het gezicht heeft geslagen. Hoewel het vaststaat dat het slachtoffer door een glas is geraakt, kon niet worden vastgesteld hoe dit gebeurde en of verdachte daarbij betrokken was. De verklaringen in het dossier liepen te ver uiteen, en het dossier bood onvoldoende aanknopingspunten om tot een bewezenverklaring te komen.
Ook kon niet worden bewezen dat verdachte het slachtoffer zonder glas in het gezicht heeft geslagen, mede omdat het slachtoffer zelf hierover niets heeft verklaard. De civiele vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken en de vordering daarom bij de burgerlijke rechter moet worden ingediend.
De militaire kamer sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde mishandeling en verklaarde de civiele vordering van het slachtoffer niet-ontvankelijk. Het vonnis werd uitgesproken op 3 augustus 2015 door de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het slachtoffer met een glas in het gezicht heeft geslagen.