Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling;
- de pleitnota van Sestertius;
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Gelderland
Sestertius B.V. in liquidatie vorderde in kort geding dat de rechtbank [gedaagde] zou verbieden tot tenuitvoerlegging van een vonnis van 24 juni 2015 over te gaan, omdat zij stelde dat sprake was van misbruik van bevoegdheid en dat het vonnis berustte op een kennelijke misslag. Het geschil betrof drie betwiste posten, waaronder een boeterente wegens vervroegde opeisbaarheid van de schuld.
De rechtbank overwoog dat de boeterente slechts eenmaal verschuldigd is en dat het recht daarop niet zonder meer overgaat op de cessionaris. Sestertius kon niet aantonen dat [gedaagde] geen redelijk belang had bij executie, mede omdat de vordering door rente opliep en het depotbedrag niet toereikend was. Het beginsel van hoor en wederhoor was niet geschonden en de inhoudelijke beoordeling van de boeterente kon in hoger beroep worden aangevochten.
Verder stelde Sestertius dat executie een noodtoestand zou veroorzaken, maar dit was niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank concludeerde dat het vonnis niet op een kennelijke misslag berustte en wees de vordering af. Sestertius werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Sestertius af en veroordeelt haar in de proceskosten.