ECLI:NL:RBGEL:2015:6587
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling berekening beslagvrije voet bij terugvordering WAO-uitkering
Eiser ontving een WAO-uitkering waarop een bedrag van € 85,27 per maand werd ingehouden ter aflossing van een teruggevorderd bedrag van € 3.922,03 en een boete van € 400,-. Eiser stelde dat de berekening van de beslagvrije voet onjuist was, met name met betrekking tot de verwerking van vakantiegeld, woonkosten en premiekosten zorgverzekering.
De rechtbank overwoog dat het vakantiegeld terecht als maandinkomen werd beschouwd, conform jurisprudentie van de Hoge Raad, en dat de premiekosten zorgverzekering alleen voor de schuldenaar zelf in aanmerking worden genomen, niet die van de partner. De woonkosten werden naar rato van het inkomen van eiser en zijn partner verdeeld, wat volgens de rechtbank een objectieve en wettelijke methode is.
Eisers beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat verweerder geen ondubbelzinnige toezegging had gedaan. Ook het motiveringsbeginsel werd door de rechtbank verworpen omdat verweerder voldoende had toegelicht hoe de bedragen waren vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de berekening van de beslagvrije voet wordt ongegrond verklaard en het besluit tot inhouding op de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.