Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
proces-verbaal van de voorzieningenrechter van
[verzoekster], verzoekster
[derde-partij]
Rechtbank Gelderland
Op 23 september 2015 legde het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beuningen aan een derde-partij een last onder dwangsom op met een begunstigingstermijn die eindigde op 1 januari 2016. Verzoekster maakte bezwaar tegen de lengte van deze begunstigingstermijn en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 26 oktober 2015 werd overwogen dat de begunstigingstermijn volgens artikel 5:32a, tweede lid, van de Awb slechts dient om de overtreder in de gelegenheid te stellen de last uit te voeren zonder dat de dwangsom wordt verbeurd. In dit geval kon de overtreding, het exploiteren van een bedrijfsoppervlak zonder vergunning in strijd met het bestemmingsplan, eenvoudig en direct worden beëindigd door het verwijderen van de tentoongestelde dierbenodigdheden en het staken van de verkoop.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de oorspronkelijke begunstigingstermijn te lang was en niet diende om de herinrichting van het pand af te wachten. De organisatorische en financiële gevolgen voor de derde-partij konden geen reden zijn voor een langere termijn. Daarom werd de begunstigingstermijn teruggebracht tot twee weken na de uitspraak van 26 oktober 2015.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster en het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De begunstigingstermijn voor de last onder dwangsom is teruggebracht tot twee weken na de uitspraak van 26 oktober 2015.