ECLI:NL:RBGEL:2015:6950
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. van Linschoten
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verhoging van verkeersboetes in strijd met wettelijke kaders
Betrokkene werd gesanctioneerd voor een snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom met een boete die volgens hem te hoog was. De rechtbank onderzocht de verhogingen van verkeersboetes in 2008, 2011 en 2012 en concludeerde dat deze verhogingen niet alleen gebaseerd waren op inflatiecorrectie, maar ook op budgettaire motieven zonder wettelijke grondslag.
De rechtbank analyseerde de wettelijke bepalingen van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) en het zogenaamde Tarievenhuis, dat een beoordelingskader biedt voor boetebedragen. Zij constateerde dat de verhogingen in genoemde jaren de inflatie ver overstegen en dat de minister onvoldoende heeft aangetoond dat deze verhogingen proportioneel waren in relatie tot de ernst van de overtredingen.
Daarnaast werd vastgesteld dat de verhogingen een belastingcomponent bevatten zonder formele wettelijke basis en dat dit discriminerend is omdat alleen verkeersovertreders deze extra lasten dragen. De kantonrechter mat de boete van betrokkene terug tot het bedrag dat overeenkomt met de inflatiecorrectie, en bepaalde dat het teveel betaalde bedrag door het CJIB moet worden terugbetaald.
Tenslotte wees de rechtbank op het recht op hoger beroep onder specifieke voorwaarden en benadrukte zij het belang van een juiste wettelijke grondslag voor sanctiehoogten.
Uitkomst: De boete is gematigd tot het inflatiegecorrigeerde bedrag van € 23 en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.