ECLI:NL:RBGEL:2015:6994
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.W. van Osch - Leysma
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen herziening studiefinanciering en vaststelling OV-schuld
Eiser ontving op 13 september 2014 een besluit waarin het recht op studiefinanciering werd herzien met terugvordering van €403,14 en een OV-schuld van €194 werd vastgesteld. Eiser had op 30 juni 2014 zijn diploma behaald en stond vanaf 1 juli 2014 niet meer ingeschreven als student. De rechtbank oordeelde dat de datum van de examenuitslag (23 juni 2014) bepalend is voor het vervallen van de studiefinanciering per 1 juli 2014.
Eiser voerde aan dat hij geen bericht had ontvangen over de examenuitslag en dat eerdere correspondentie van verweerder tegenstrijdig was, omdat daarin stond dat hij tot 1 augustus recht had op studiefinanciering en het studentenreisproduct. Ook stelde eiser dat hij in september was gestart met een deeltijdopleiding en daarom dacht recht te hebben op studiefinanciering in de zomermaanden.
De rechtbank stelde vast dat een deeltijdopleiding geen recht geeft op studiefinanciering en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij erop mocht vertrouwen dat hij na 30 juni 2014 nog recht had op studiefinanciering. Omdat eiser het studentenreisproduct niet tijdig stopzette, was hij een OV-schuld verschuldigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van studiefinanciering en vaststelling van de OV-schuld wordt ongegrond verklaard.