Uitspraak
RECHTBANK ARNHEM
1.De procedure
- het verzoek tot verschoning van verzoekster van 2 oktober 2015;
- een e-mailbericht van verzoekster van 5 oktober 2015.
Rechtbank Gelderland
In deze zaak heeft een rechter van de Rechtbank Gelderland een verzoek tot verschoning ingediend op grond van artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het verzoek betrof een procedure tussen Rebel Rebel B.V. en N.E.C. B.V., waarbij de verzoekster de zitting voorzat.
De verzoekster stelde dat zij in haar privésfeer een commissaris van de Raad van Commissarissen van N.E.C. B.V. kent, die tevens advocaat is bij het kantoor van de advocaat van N.E.C. B.V. Deze relatie was voorafgaand aan de comparitie niet bekend. Na de zitting ontving verzoekster een bericht van deze commissaris waarin hij uitlegde niet aanwezig te zijn geweest om haar het niet onnodig moeilijk te maken, en haar veel wijsheid wenste.
De verschoningskamer heeft geoordeeld dat deze feiten voldoende aanwijzingen geven dat de vrees voor schending van rechterlijke onpartijdigheid objectief gerechtvaardigd is. Daarom is het verzoek tot verschoning toegewezen en mag de rechter zich terugtrekken uit deze zaak. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor schending van onpartijdigheid.