Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
4.De beslissing
benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijkin de vordering;
benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijkin de vordering.
Rechtbank Gelderland
Op 13 februari 2015 vond in Westervoort een incident plaats waarbij twee mannen samen naar de woning van een vrouw gingen. In die woning ontstond een schermutseling waarbij het mannelijke slachtoffer werd mishandeld door beide mannen en het vrouwelijke slachtoffer door één van hen. De mishandeling bestond uit slaan met een hard voorwerp, schoppen en het gebruik van een taser.
De officier van justitie eiste gevangenisstraffen en rekende afpersing en diefstal met geweld tot de ten laste gelegde feiten. De verdachten betwistten dit en gaven een geloofwaardige alternatieve verklaring. De rechtbank vond de bewijsvoering voor afpersing en diefstal met geweld onvoldoende en sprak de mannen daarvan vrij. Ook een derde man werd vrijgesproken omdat zijn bijdrage beperkt bleef tot aanwezig zijn en hij zich tijdens het incident onttrok.
De rechtbank veroordeelde de twee mannen tot gevangenisstraffen van respectievelijk 3 en 4 maanden voor mishandeling. De civiele schadevorderingen van de slachtoffers werden niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachten werden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van medeplegen, omdat geen nauwe en bewuste samenwerking kon worden vastgesteld.
Uitkomst: Verdachten vrijgesproken van afpersing en diefstal met geweld, veroordeeld tot gevangenisstraffen voor mishandeling.