Uitspraak
[verdachte]
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde een zaak tegen verdachte die werd vervolgd wegens het niet inschrijven van zijn minderjarige kind op een school, in strijd met de Leerplichtwet 1969.
Verdachte beriep zich op een vrijstelling op grond van artikel 5 sub b van Pro de Leerplichtwet, vanwege overwegende bedenkingen tegen de richting van het onderwijs op alle binnen redelijke afstand gelegen scholen, gebaseerd op zijn levensovertuiging spiritueel holisme. De kantonrechter onderzocht of deze bedenkingen de richting van het onderwijs betroffen en of aan de formele vereisten was voldaan.
De rechtbank oordeelde dat de bezwaren van verdachte voldoende concreet en tijdig waren onderbouwd en dat hij de gemeente tijdig had geïnformeerd. De vrijstelling was daarom rechtsgeldig. Omdat het kind niet op een school was ingeschreven, maar de vrijstelling geldig was, werd het tenlastegelegde niet bewezen geacht en werd verdachte vrijgesproken.
De rechtbank verwierp tevens bezwaren tegen de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en concludeerde dat het vervolgingsbeleid niet was geschonden. De uitspraak bevestigt de mogelijkheid van vrijstelling van leerplicht op grond van een levensovertuiging mits aan de wettelijke eisen wordt voldaan.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat hij tijdig en rechtsgeldig vrijstelling op grond van levensovertuiging heeft aangevraagd.