Uitspraak
2.
3.
4.
[gedaagde]
1.De procedure
2.Het geschil en de beoordeling daarvan
Primair:
Rechtbank Gelderland
De FNV vorderde in kort geding dat de werkgever, die geconfronteerd werd met financiële problemen en het wegvallen van grote opdrachten, zou worden verboden om de stalplaatsregeling in te voeren en de cao-bepaling inzake woon-werkverkeer toe te passen. De werkgever voerde aan dat zij door de gewijzigde omstandigheden genoodzaakt was de regeling te wijzigen om faillissement te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de stalplaatsregeling een eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden betreft, maar dat niet is uitgesloten dat de bodemrechter zal oordelen dat deze wijziging binnen de normen van het X-arrest is toegestaan vanwege onvoorziene omstandigheden en het belang van het voortbestaan van de onderneming.
Bij de belangenafweging weegt het belang van de werkgever bij behoud van werkgelegenheid zwaarder dan het belang van de FNV bij naleving van de cao. De vorderingen van de FNV en individuele eisers worden daarom afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van FNV en eisers worden afgewezen vanwege het belang van behoud van werkgelegenheid en onzekerheid over bodemprocedure.