Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[opposant 1]
[opposant 2]
1.[geopposeerde 1]
[geopposeerde 2]
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of geopposeerden een recht van erfdienstbaarheid van weg op het perceel van opposanten door verjaring hadden verkregen. De rechtbank stelt dat voor eigendomsverkrijging door verjaring strenge eisen gelden, vooral bij een recht van overpad dat niet voortdurend en zichtbaar is. Het bezit moet ondubbelzinnig zijn en zich krachtens erfdienstbaarheid hebben voorgedaan.
De rechtbank constateert dat uit de stukken blijkt dat het gebruik van het pad met instemming van de eigenaar van het perceel heeft plaatsgevonden, waardoor twijfel ontstaat over de aard van het bezit. Dit gebrek aan ondubbelzinnigheid sluit het ontstaan van een recht van erfdienstbaarheid door verjaring uit. Ook de subsidiaire vorderingen, waaronder een verklaring voor recht en de aanwijzing van een noodweg, worden afgewezen.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het perceel van geopposeerden een behoorlijke toegang tot de openbare weg heeft, ondanks een zwakke overbrugging. Het beroep van geopposeerden op het recht van buurweg wordt eveneens verworpen vanwege het ontbreken van ondubbelzinnig bezit. Het verstekvonnis van 27 februari 2013 wordt vernietigd en beide partijen worden in hun proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Geen recht van erfdienstbaarheid door verjaring; vorderingen afgewezen en verstekvonnis vernietigd.