Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 3 juni 2015
- het proces-verbaal van comparitie van 2 april 2015.
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer
5.De beoordeling
904,00(2,0 punten × tarief € 452,00)
Rechtbank Gelderland
Rond 1970 werd de IJssel verlegd, waarbij nieuwe gronden ontstonden die kadastraal op naam van de Staat stonden. De vader van eiser gebruikte deze gronden vanaf 1973 als onderdeel van zijn landbouwbedrijf. Na inbreng van deze gronden in een maatschap met zijn zoon, trad de vader in 1991 terug. Eiser vordert eigendom van deze gronden, stellende dat zijn vader eigenaar werd door afspraken met de Staat of door verkrijgende of bevrijdende verjaring.
De rechtbank oordeelt dat er geen levering heeft plaatsgevonden, zodat eigendom niet op grond van een overeenkomst is verkregen. Verkrijgende verjaring wordt verworpen omdat vader en eiser geen goede trouw hadden; zij hadden moeten weten dat zij geen eigenaar waren. Wel is voldaan aan de voorwaarden voor bevrijdende verjaring: de gronden zijn ondubbelzinnig en openbaar in bezit geweest door vader en eiser, die deze als eigenaar gebruikten zonder toestemming van de Staat.
De rechtbank verklaart eiser eigenaar door bevrijdende verjaring en veroordeelt de Staat om mee te werken aan de inschrijving in de openbare registers. De Staat wordt veroordeeld in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Eiser is eigenaar van de gronden door bevrijdende verjaring en de Staat wordt veroordeeld tot medewerking aan inschrijving.