Eiseres, mede-eigenaresse van een pand met een horecabestemming, vroeg het college van burgemeester en wethouders om het herleven van de horecabestemming voor een nieuwe huurder. Het college weigerde de omgevingsvergunning op grond van het bestemmingsplan en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiseres stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde ambtshalve dat het college ten onrechte een besluit nam op basis van artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo, omdat eiseres niet om een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan vroeg, maar om een wijziging van het bestemmingsplan zelf. Deze bevoegdheid ligt bij de gemeenteraad en niet bij het college.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en droeg het college op de aanvraag ter behandeling aan de gemeenteraad voor te leggen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiseres.