ECLI:NL:RBGEL:2015:969
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning horeca in strijd met bestemmingsplan
Verzoeksters, eigenaressen van een nabijgelegen pand, maakten bezwaar tegen een omgevingsvergunning die aan een derde-partij was verleend voor het verbouwen en gebruiken van een pand als grand café, in strijd met het bestemmingsplan. De vergunning werd verleend op basis van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Verzoeksters vreesden concurrentie en omzetderving en stelden dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en niet paste binnen het detailhandelsbeleid.
De voorzieningenrechter constateerde dat het besluit gebrekkig was gemotiveerd en geen belangenafweging bevatte, terwijl de bevoegdheid tot afwijking discretionair is. Ook was onduidelijk hoe het plan zich verhoudt tot de recent vastgestelde detailhandelsstructuurvisie. Desondanks werd het verzoek afgewezen omdat het belang van verzoeksters zich beperkte tot concurrentie, wat geen beschermd belang is in ruimtelijke zin, en omdat hun project nog niet in exploitatie was genomen.
De rechter overwoog dat de belangenafweging in een bodemprocedure kan worden gemaakt en dat de voorlopige voorziening niet gerechtvaardigd was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het verzoek werd afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor horeca is afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en gebrekkige motivering.