Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
3.Beslag
4.De beslissing
teruggavevan het in beslag genomen geldbedrag ter hoogte van € 715,-- aan de verdachte.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde op 26 februari 2016 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het telen en aanwezig hebben van een hennepplantage en van diefstal van stroom in een pand te Apeldoorn in maart 2014.
De officier van justitie vorderde een veroordeling met een werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte ontkende iedere betrokkenheid. Het bewijs bestond voornamelijk uit belastende verklaringen van een medeverdachte, zonder aanvullend steunbewijs of forensisch onderzoek. De huurovereenkomst van het pand stond op naam van een broer van verdachte.
De rechtbank oordeelde dat het dossier te summier was om verdachte boven redelijke twijfel schuldig te verklaren. Er was geen wettig en overtuigend bewijs voor de tenlasteleggingen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide feiten.
Daarnaast werd het beslag op een geldbedrag van €715 aan verdachte teruggegeven, omdat geen verlof voor conservatoir beslag was verleend en er geen strafvorderlijk belang bestond om het bedrag te behouden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en krijgt het in beslag genomen geld terug.