Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.Procesverloop
2.Overwegingen
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een verzoek tot immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in belastingprocedures rondom correctie van een buitenlandse bankrekening. De oorspronkelijke verzoeker, overleden in 2004, werd vertegenwoordigd door zijn echtgenote, die in 2015 overleed. De drie kinderen van het echtpaar hebben de erfenis van hun moeder verworpen en stellen geen erfgenaam te zijn van hun vader vanwege een ouderlijke boedelverdeling.
De rechtbank heeft vastgesteld dat geen van de kinderen de procedure wenst voort te zetten. Ondanks uitnodigingen zijn zij niet verschenen op de zitting en hebben zij schriftelijk verklaard geen belanghebbende te zijn. De gemachtigden hebben zich teruggetrokken of niet meer als gemachtigde opgetreden.
Gezien het ontbreken van een belanghebbende partij verklaart de rechtbank de verzoeken niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter F.M. Smit op 15 maart 2016 te Arnhem.
Uitkomst: Verzoeken tot immateriële schadevergoeding worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.