Eiser heeft diverse sierraden, juwelen, klokken en lampen in consignatie gegeven aan gedaagde vennootschap onder firma. Na diverse communicatie over verkoop en betaling ontstond onenigheid over de teruggave van niet-verkochte voorwerpen en het verstrekken van een gespecificeerde lijst van verkochte zaken.
Gedaagde stelde dat partijen een nadere overeenkomst hadden gesloten om de voorwerpen tot eind januari 2016 nog te verkopen, hetgeen door eiser gemotiveerd werd betwist. De rechtbank oordeelde dat gedaagde dit verweer onvoldoende had onderbouwd en veroordeelde hem tot teruggave van de resterende voorwerpen binnen een week na betekening van het vonnis.
Daarnaast werd gedaagde veroordeeld om binnen dezelfde termijn een gespecificeerde lijst te verstrekken met details van elke verkochte zaak, inclusief prijs, datum en koper. Aan deze veroordelingen werd een dwangsom verbonden. De proceskosten werden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.