Uitspraak
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
2.De verdere beoordeling in het incident
3.Beslissing
6 april 2016voor conclusie van antwoord.
Rechtbank Gelderland
In deze civiele procedure vorderden eisers een voorlopige voorziening om een voorschot te ontvangen op de in de hoofdzaak gevorderde schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat toewijzing van een dergelijke voorziening alleen mogelijk is indien het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk is en er sprake is van onverwijlde spoed.
Eisers stelden dat zij het voorschot dringend nodig hadden vanwege een naderende belastingaanslag en investeringen in een nieuw boerenbedrijf. De verweerster, BPD Ontwikkeling B.V., voerde onder meer verjaring, contractsoverneming en eigen schuld aan.
De rechtbank vond dat de vordering in de hoofdzaak nog onvoldoende aannemelijk was en dat de spoedeisendheid niet voldoende was onderbouwd, mede omdat de belastingaanslag uit 1996 pas in 2014 onherroepelijk werd en niet op korte termijn betaald hoeft te worden. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
De proceskosten van het incident werden aan eisers opgelegd omdat het incident onnodig was veroorzaakt. De hoofdzaak werd verwezen naar een rolzitting voor conclusie van antwoord.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af wegens onvoldoende aannemelijkheid en spoedeisendheid.