Op 27 augustus 2015 vond een incident plaats waarbij verdachte betrokken was bij geweldspleging en vernieling van een auto te Ede. Verdachte werd beschuldigd van openlijk geweld en mishandeling tegen meerdere slachtoffers, en van het vernielen van een auto die toebehoorde aan een ander.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om openlijk geweld en mishandeling te bewijzen, mede omdat het vereiste opzet en samenwerking ontbraken. Verdachte heeft echter bekend een auto vernield te hebben, wat wettig en overtuigend is bewezen. Verdachte voerde een beroep op noodweer voor de mishandeling, wat door de rechtbank werd aanvaard gezien de omstandigheden van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een werkstraf van 80 uur voor het vernielen van de auto en wees de schadevergoeding toe aan de benadeelde partij. De overige vorderingen van de slachtoffers werden niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak op de geweldsfeiten.