Op 27 augustus 2015 vond te Ede een vechtpartij plaats waarbij verdachte samen met zijn broer geweld pleegde tegen aangeefster. Verdachte gaf aan aangeefster te hebben geschopt nadat zij met een honkbalknuppel-achtig voorwerp zijn broer bedreigde.
De officier van justitie stelde dat verdachte en zijn broer de confrontatie hadden opgezocht en geen sprake was van noodweer. De verdediging voerde aan dat verdachte handelde uit noodweer ter bescherming van zijn broer.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door aangeefster en dat verdachte proportioneel handelde door haar te schoppen. De rechtbank vond dat verdachte en zijn broer de confrontatie niet hadden uitgelokt en sprak verdachte vrij op grond van noodweer.
De rechtbank verklaarde het bewezenverklaarde niet strafbaar en ontsloeg verdachte van alle rechtsvervolging. Verdachte werd dus niet veroordeeld ondanks het bewezen geweld, omdat het handelen gerechtvaardigd was.