Eiseres, gescheiden en mede-eigenaar van de woning, vroeg bijzondere bijstand aan in de vorm van een woonkostentoeslag. Verweerder weigerde deze toeslag omdat alleen de rechtstreeks door eiseres betaalde woonlasten werden meegeteld, welke lager waren dan de minimale huurgrens.
De rechtbank stelt vast dat eiseres materieel de woonlasten draagt, ondanks dat de ex-echtgenoot sommige lasten rechtstreeks betaalt. Verweerder had dit moeten erkennen en de financiële situatie van eiseres nader moeten onderzoeken, onder meer of zij fiscale voordelen zou genieten bij directe betaling van hypotheekrente.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd is en beveelt verweerder om binnen zes weken het gebrek te herstellen door het besluit opnieuw te beoordelen op basis van de materieel gedragen woonlasten en de overeengekomen alimentatie.
De uitspraak is een tussenuitspraak; verdere beslissingen worden aangehouden tot einduitspraak. Verweerder krijgt de gelegenheid het besluit te herstellen, waarna eiseres kan reageren. Er is nog geen hoger beroep mogelijk tegen deze tussenuitspraak.