Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
[vergunninghoudster](hierna: vergunninghoudster).
Rechtbank Gelderland
Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen heeft aan een vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een tiental appartementen nabij een locatie in Nijmegen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het bouwwerk past binnen de duidelijke regels van het bestemmingsplan “Nijmegen Oost”. Hoewel verzoeker betoogde dat de toelichting op het bestemmingsplan de bouw zou verbieden, volgde de voorzieningenrechter dit niet, verwijzend naar vaste jurisprudentie dat de toelichting geen doorslaggevende betekenis heeft bij duidelijke planvoorschriften.
Daarnaast was er een positief welstandsadvies van een deskundige commissie, dat niet werd weersproken door een contra-expertise. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college dit advies terecht aan zijn oordeel heeft ten grondslag gelegd. De overige aangevoerde bezwaren van verzoeker waren onvoldoende om het besluit voorlopig onrechtmatig te achten.
De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en het besluit zal naar verwachting in stand blijven bij de beslissing op bezwaar. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van tien appartementen wordt afgewezen.