Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Gelderland
Partijen hadden een affectieve relatie die in augustus 2012 eindigde en hebben samen een kind. De woning is eigendom van eiser, maar de hypotheek is hoofdelijke schuld van beiden. Bij vonnis van 27 januari 2016 werd eiser veroordeeld om de hypotheek op zijn naam te zetten en gedaagde te ontslaan uit hoofdelijke aansprakelijkheid, onder dwangsom.
Eiser vordert schorsing van de executie van dit vonnis omdat hij door betalingsachterstand bij de hypotheekverstrekker niet tijdig kan voldoen. Gedaagde verzet zich hiertegen en vordert zelfs verhoging van de dwangsommen wegens nalatigheid van eiser.
De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van juridische of feitelijke misslag in het eerdere vonnis en dat de executierechter niet bevoegd is om te beoordelen of eiser in onmogelijkheid verkeert om te voldoen. Dit is de taak van de dwangsomrechter. Bij wijze van noodmaatregel wordt de executie geschorst onder voorwaarde dat eiser vóór 1 mei 2016 een procedure start bij de dwangsomrechter. Kosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van de dwangsommen wordt geschorst onder de voorwaarde dat eiser vóór 1 mei 2016 een procedure start bij de dwangsomrechter.