ECLI:NL:RBGEL:2016:3048
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Burengeschil over overhangende takken, hinder en hekwerk tussen naburige percelen
In deze zaak staat een burengeschil centraal tussen twee buren over overhangende takken, hinder door bomen en struiken, en het plaatsen van een hekwerk op de erfgrens. Eiser klaagt over het gebrek aan zonlicht, vallende bladeren en het verhinderen van gebruik van een strook grond door een hekwerk. Hij vordert onder meer het snoeien en verwijderen van bepaalde bomen en struiken, en het verwijderen van het hekwerk.
De rechtbank constateert dat er sprake is van overhangende takken die eiser niet hoeft te dulden en veroordeelt gedaagde tot het snoeien hiervan en het herhalen van dat snoeien om de twee jaar. De vorderingen tot het verwijderen van bomen en struiken vanwege hinder door zonlicht worden afgewezen, omdat de bomen al lang staan en de hinder binnen de tolerantiegrens valt in deze lommerrijke buurt.
Wel wordt geoordeeld dat twee coniferen, waarvan één al omgewaaid is en de ander bijna dood is, een reëel gevaar vormen en gedaagde wordt veroordeeld tot verwijdering hiervan. De vorderingen tot verwijdering van het hekwerk en het recht van gebruik van de strook grond worden afgewezen omdat er slechts sprake is van gedogen en geen recht tot gebruik.
In reconventie worden de vorderingen van gedaagde wegens vernieling en betreding afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Beide partijen worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en gewezen door rechter R.J.J. van Acht.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot het verwijderen van twee gevaarlijke coniferen en het snoeien van overhangende takken, overige vorderingen worden afgewezen.