Uitspraak
Wienerberger B.V.
1.De procedure
2.Nadere feiten
Taken en verantwoordelijkheden in de arbozorg.
Veiligheid
2.5 GASSEN, DAMPEN EN STOF
MOGELIJKE OPLOSSINGEN
8.Stof onderzoek op de werkplek in de fabriek van [naam rechtsvoorgangster] vestging de Wolfswaard.
3.De verdere beoordeling van het geschil
worst casescenario de blootstelling van [werknemer] aan mangaan(oxide) ruimschoots onder de destijds geldende grenswaarde voor acceptabele blootstelling aan mangaan(oxide) is gebleven, zoals ook Arboned in 1999 heeft geconcludeerd. Dat betekent dat aangenomen moet worden dat de mate van blootstelling te gering is geweest om bij de gemiddelde werknemer een mangaanintoxicatie te kunnen veroorzaken en dat [werknemer] , die wel een mangaanintoxicatie heeft opgelopen, kennelijk een persoonlijk verhoogde gevoeligheid heeft gehad voor blootstelling aan mangaan. Te betwijfelen valt dan of van Wienerberger met het oog op de bescherming tegen de gevaren van blootstelling aan mangaan(oxide) beschermingsmaatregelen mochten worden verwacht die zij destijds niet heeft getroffen. Niet gesteld of gebleken is dat Wienerberger met het risico van de verhoogde gevoeligheid van [werknemer] bekend was of kon zijn.