ECLI:NL:RBGEL:2016:3233
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.J. Driessen
- C.J.M. van Apeldoorn
- J.H.D. van Onna
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van valsheid in geschrifte en witwassen wegens onvoldoende bewijs nauwe samenwerking
De rechtbank Gelderland behandelde de zaak van een vrouw die werd verdacht van valsheid in geschrifte en witwassen in de periode van december 2010 tot april 2013. De tenlastelegging betrof onder meer het opmaken en gebruik van valse zorgovereenkomsten en verantwoordingsformulieren PGB, alsmede het witwassen van diverse geldbedragen afkomstig uit misdrijven.
De officier van justitie stelde dat wettig en overtuigend bewijs bestond en eiste een werkstraf van zestig uur. De verdediging voerde aan dat de verdachte niet op de hoogte was van de valsheid en dat haar toenmalige partner de handtekeningen had vervalst. Ook stelde zij dat verdachte geen wetenschap had van illegale inkomsten en financieel gescheiden was van haar partner.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond voor medeplegen of opzet van verdachte. De verklaringen van verdachte en haar partner wezen op het ontbreken van een nauwe en bewuste samenwerking. Daarnaast was er geen bewijs dat verdachte wist of moest vermoeden dat de PGB-gelden of toeslagen onrechtmatig waren verkregen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De uitspraak werd gedaan op 14 juni 2016 door een meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van valsheid in geschrifte en witwassen wegens onvoldoende bewijs voor opzet en nauwe samenwerking.