In deze zaak vordert Eurotech B.V. nakoming van een vaststellingsovereenkomst met betrekking tot de aandelenoverdracht in Rinkel B.V. Gedaagden betogen dat de overeenkomst vernietigd moet worden wegens wilsgebreken zoals bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden en dwaling. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een wilsgebrek bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst. De e-mailcorrespondentie toont aan dat gedaagden zelf het initiatief tot de aandelenkoop namen en de koopprijs mede bepaalden.
De rechtbank gaat ook in op de uitleg van een boetebepaling in de vaststellingsovereenkomst. Volgens de Haviltex-maatstaf moet de boete worden toegerekend aan Eurotech, ondanks dat betalingen via een deurwaarder lopen. Het beroep van gedaagden dat de boete aan de deurwaarder zou toekomen wordt verworpen. Ook het verweer dat toewijzing van de boete tot een buitensporig resultaat leidt, wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
In reconventie vordert gedaagden schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, gebaseerd op de vermeende bedreiging en dwaling. Dit wordt door de rechtbank afgewezen omdat het dreigen met aangifte niet onrechtmatig is en gedaagden zelf de gevolgen van hun keuze dragen. De rechtbank veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van de hoofdsom, boete en proceskosten en wijst de vorderingen in reconventie af.