Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 18 november 2015
- het verkort proces-verbaal van comparitie van 16 maart 2016.
2.De feiten in conventie en reconventie
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie
De door [gedaagde] te produceren kwaliteit dient te beantwoorden aan het gebruik dat [bedrijf] (thans [eiseres] ) op grond van deze overeenkomst mag verwachten. Voor zover dit niet het geval mocht zijn als gevolg van door [bedrijf] gegeven adviezen c.q. aanwijzingen, heeft [bedrijf] geen aanspraken jegens [gedaagde] .”
[naam 1] heeft inspraak op de productie van zijn benodigde compost en is medeverantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn compost.” Ook hieruit blijkt het verband tussen de aanwijzingsbevoegdheid en de kwaliteit van de te produceren fase 1 compost.
de kwaliteitseisen die zij stelt aan het composteringsproces van de fase 1 compost”zijn vastgelegd. Dit protocol vermeldt onder meer:
elkeaanwijzing door [gedaagde] moet worden opgevolgd. Dit volgt ook uit het hiervoor reeds weergegeven doel van de overeenkomst. Het gaat om aanwijzingen die [gedaagde] redelijkerwijs kan opvolgen bij een gedeelde verantwoordelijkheid voor de kwaliteit. Indien als gevolg van een aanwijzing van [eiseres] de verleende milieuvergunning zou worden overtreden of vergaand zou moeten worden ingegrepen in het strak omlijnde productieproces van [gedaagde] , vermag de rechtbank niet in te zien dat er nog sprake is van een win-win situatie en een efficiëntere en op continuïteit gerichte benutting van de hal van [gedaagde] . Dat hebben partijen bij het aangaan van de overeenkomst in redelijkheid ook niet van elkaar kunnen en mogen verwachten.
om te komen”, zoals het in de considerans van de overeenkomst van 17 maart 2006 staat, “
tot een efficiëntere en op continuïteit gerichte benutting van de hal van [gedaagde] alsook tot een verzekerde productie en aanvoer van fase 1 compost”.
5.000,00(2,5 punt × tarief € 2.000,00)
Onze ervaringen met de compost welke een vochtpercentage heeft van ca 72% op het einde van zijn fase 1 proces zijn goed. Veranderingen hierin zouden daarom niet wenselijk zijn”, kan zonder nadere toelichting van [gedaagde] , die ontbreekt, niet als een voortdurende aanwijzing worden beschouwd.