Uitspraak
[naam VOF]
Rechtbank Gelderland
In deze zaak is verzet ingesteld tegen een verstekvonnis dat door de voorzieningenrechter in kort geding was gewezen. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij niet bevoegd is om kennis te nemen van dit verzet, omdat artikel 259 Rv Pro bepaalt dat verzet tegen een kortgedingvonnis moet worden behandeld door de voorzieningenrechter.
Hoewel artikel 73 Rv Pro normaal gesproken niet voorziet in een verwijzing naar de voorzieningenrechter, wordt in dit geval met analogische toepassing van dit artikel geoordeeld dat de zaak naar de voorzieningenrechter moet worden verwezen. Dit past binnen het stelsel van het burgerlijk procesrecht waarin een verkeerde aanvang van een procedure door de rechter kan worden hersteld.
De kantonrechter wijst erop dat de eisende partij in verzet een dagbepaling moet verzoeken conform het Procesreglement kort gedingen en artikel 254 lid 2 Rv Pro. De zaak wordt verwezen naar de voorzieningenrechter voor verdere behandeling van het verzet.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de voorzieningenrechter voor verdere behandeling van het verzet.