De rechtbank Gelderland heeft verdachte vrijgesproken van poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling op het slachtoffer. Hoewel vaststaat dat er een ruzie was en dat verdachte een mes had, kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte het slachtoffer daadwerkelijk heeft gestoken. Zowel verdachte als getuigen verklaarden onder invloed van alcohol en drugs te zijn geweest, wat de reconstructie van de feiten bemoeilijkte.
De officier van justitie erkende dat poging tot doodslag niet bewezen kon worden, maar eiste een gevangenisstraf van acht maanden voor poging tot zware mishandeling, omdat verdachte met een mes in de richting van het slachtoffer had gezwaaid. De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had en stelde een beroep op noodweer, omdat verdachte werd aangevallen in zijn woning.
De rechtbank stelde vast dat het letsel van het slachtoffer meer leek op snijwonden dan op steekwonden en dat het tenlastegelegde steken niet werd ondersteund door bewijs. Er ontbraken medische rapporten en duidelijke omschrijvingen van het mes. Gezien de onduidelijkheid en het ontbreken van wettig bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.